#8 GL-PvdA
Zien wat onzichtbaar is. Doen wat nodig is.
Focus: huiselijk geweld door de lens van controle • vrouwenveiligheid • kindveiligheid • jeugdzorg • geweld na de relatiebreuk • plegeraanpak • dwingende controle • femicide • GGZ • herstelprogramma na ouderverstoting
Veiligheid voor vrouwen* en kinderen is geen “aandachtspunt”. Het is een opdracht.
In onze gemeente moet die opdracht concreter, scherper en consequenter worden uitgevoerd.
Intieme terreur (dwingende controle) is vaak onzichtbaar geweld. Het is geen losse ruzie, maar een patroon van (subtiele) controle, angst, isolatie en intimidatie. Psychisch geweld is ook geweld – met diepe, langdurige impact op gezondheid, autonomie en veiligheid. Het bouwt vaak langzaam op. Zoals bij de metafoor van de kikker in de pan: het water wordt stap voor stap warmer, en pas laat merk je hoe gevaarlijk het is en waar je mee te maken hebt.
Intieme terreur is óók kindermishandeling. Alleen zie je het niet altijd. Kinderen kunnen in overlevingsmodus gaan: braaf, meegaand, pleasen (fawning). Dit kan eruit zien als: “er is toch geen probleem?” Maar van binnen staan ze continu aan – en dat kan leiden tot onderpresteren, stressklachten en problemen met grenzen.
En het stopt lang niet altijd na de relatiebreuk. Geweld na de relatiebreuk kan doorgaan via (cyber)stalking, procedures, financiële sabotage en het ondermijnen van ouderschap. Een kind kan in een jarenlang proces worden gemanipuleerd en tegen de veilige ouder worden opgezet, waardoor het kind die ouder kan gaan verstoten.
Neutraliteit is niet neutraal. Als we doen alsof beide kanten “evenveel” zijn, terwijl er controle en angst spelen, vergroten we het risico. Daarom moeten we huiselijk geweld door de lens van controle leren zien: eerst screenen (mèt ervaringsprofessionals), dan pas praten of “regelen”. Ook in de GGZ wordt nu vaak te symptoomgericht gekeken, waardoor de oorzaak – dwingende controle – te makkelijk gemist wordt. Je denkt als slachtoffer dat jij het probleem bent, terwijl je in een systeem van controle zit.
Wat er moet veranderen in de gemeente:
-
Één portefeuillehouder gendergerelateerd geweld, met meetbare doelen en jaarlijkse verantwoording.
-
Altijd eerst screenen op dwingende controle en geweld na de breuk – door vakbekwame professionals, samen met ervaringsprofessionals.
-
Structurele training voor wijkteams, jeugdzorg/jeugdteams en ketenpartners – o.a. op (cyber)stalking en (subtiel) geweld na vertrek: femicide of een jarenlange psychische sociale dood sterven als slachtoffer.
-
Eerst veiligheid, dan gesprekken: nooit “samen aan tafel” als er angst of controle is – eerst apart spreken en een veiligheidsplan maken – ook standaard aparte gesprekken bij een JeugdBeschermingsTafel.
-
Geen (solo) parallel ouderschap als standaardroute: alleen als het na degelijke procesdiagnostiek aantoonbaar veilig is, met monitoring, wederom mèt betrokken ervaringsprofessionals.
-
Sneller veilig wonen voor slachtoffer-ouders en kinderen (urgentie en doorstroom die veiligheid wél snapt).
-
Een herbeoordelingsroute als signalen eerder zijn gemist. Als blijkt dat een kind bij een destructieve/onveilige ouder verblijft: omgangshuizen om contact met de veilige ouder veilig op te bouwen én een herstelprogramma voor kind en veilige ouder wanneer het kind die ouder heeft verstoten.
-
Meer plegeraanpak en betere samenwerking, zodat bescherming niet afhangt van toeval, doorzettingsvermogen of het informele netwerk van het slachtoffer.
Over mij
Ik ben Sharon den Outer (zij/haar), 33 jaar, adviseur sociaal domein (Bestaanszekerheid en Waardevol Werk/inclusieve arbeidsmarkt) bij kennisinstituut Movisie. Ik werk op het snijvlak van beleid, uitvoering en ervaringskennis en zet mij in tegen gendergerelateerd geweld (o.a. Dolle Mina Rotterdam). In mijn vrije tijd: yoga, meditatie, bergwandelen, lezen, zingen en heel veel dansen.
* Ook mannen en non-binaire personen kunnen slachtoffer worden van intieme terreur/dwingende controle.
Alle credits voor de foto gaan naar @verezoimaagdenberg
